Al sloepvarend de Maaslinie verkennen

Al sloepvarend de Maaslinie verkennen

Als je gaat sloepvaren tussen Venlo en Roermond en goed de oevers afstruint zie je ogenschijnlijk her en der wat hopen beton liggen. Sommige goed zichtbaar, sommige tussen het hoge gras zoals tussen Kessel en Baarlo bijvoorbeeld. Dit zijn geen willekeurige ‘hopen beton’ maar voormalige kazematten die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdeel uitmaakten van de Maaslinie. Aan de Kesselse Maasboulevard – Nabij de haven van Sloepverhuur Limburg – is één van deze kazematten (kazemat S76) recent blootgelegd. Reden om het verhaal van die kazemat ter plekke te vertellen en via deze weg het verhaal van de Maaslinie

In de jaren dertig werd de Maaslinie – die ongeveer de loop van de Maas volgt – versterkt met kazematten om bruggen en andere overgangen beter te verdedigen. Doel van de Maaslinie was het vertragen van een mogelijke Duitse inval.

Tussen Kessel en Oijen (buitengebied Kessel tegen Baarlo aan) werden vooral G-kazematten en S-kazematten geplaatst ter versterking van de maaslinie.

  • De G van G-kazemat staat voor ‘Gietstalen koepelkazemat’, betonnen bunkers met een gietstalen kern waarin een machinegeweer was opgesteld. De kazemat was ongeveer 7 meter lang, 6,5 meter breed en 3 meter hoog. De frontzijde was schuin afgewerkt om vijandig vuur af te laten ketsen. In Nederland zijn er zo’n 700 gemaakt, slechts weinigen hebben de oorlog overleefd. Het Duitse leger was bij inspectie onder de indruk van de koepelkazematten; ze waren moeilijk uit te schakelen door de kleine schietopening en de goede mogelijkheden ze te camoufleren. Doordat de meeste met de schietopening naar het oosten waren gericht waren ze voor de Duitsers niet erg bruikbaar omdat uit deze richting geen geallieerde aanval werd verwacht.
  • De S-kazemat – Het zo genaamde „stekelvarken”, een lichte kazemat van gewapend beton met 3 schietgaten, welke tezamen een schootsveld van 190° hadden
  • Naast de kazematten was er een speciale verdediging van de veerdienst van Kessel naar Reuver. Hier wordt een 8 staal Pantser Afweer Geschut stond geplaats bij het veerhoofd.

“Alle pogingen, over de Maas te komen, mislukten in het vijandelijk afweervuur, niettegenstaande de bunkers in de oostrand van Blerick onder het vuur van IV/A.R. 156 (IVe Abteilung Artillerieregiment nr. 156) liggen. Aangezien de bunkers zeer laag aan de oever zijn aangelegd, is de waarnemingsmogelijkheid voor de Afdeling moeilijk.”

Uit het dagboek van de 56e Duitse divisie

10 mei, een dag van overgave

Voor zover de feiten. Hoe verliep het in deze regio op 10 mei, de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen. Het tweede bataljon van de Grensbewakingstroepen verdedigde de strook tussen het zuiden van Grubbenvorst tot net ten noorden van het dorp Kessel. Dit gebied, dat slechts enkele kilometers van de Duitse grens lag, was lastig te verdedigen vanwege de bebouwing in Venlo tot aan de oever van de Maas. Het belangrijkste was natuurlijk de verkeers- en de spoorbrug in Venlo. Voor de Duitsers was het onbeschadigd in bezit krijgen van deze bruggen zeer belangrijk omdat zij dan zouden kunnen doorstoten tot in het hart van de Peel-Raamstelling bij Deurne. Door de oplettendheid van de grenswachten en de vernielingsploegen en de versperringen op het station te Venlo kwam van deze plannen niets terecht. De beide bruggen werden op tijd opgeblazen. Hierna ontspon zich de strijd om de Duitsers te beletten de Maas over te steken. Pas in de avonduren lukte dit. Om te beginnen hier tussen Kessel en Belfeld. Een smal stuk van de Maas slechts verdedigd door drie kazematten en een licht infanteriegeschut. De overgebleven verdedigers werden in de rug aangevallen en moesten zich overgeven. Het duurde nog tot het lafhartige bombardement op Rotterdam totdat Nederland tot capitulatie werd gedwongen. In Kessel werden in deze dagen zeven Nederlandse soldaten gedood.

Sloepvaren Venlo Roermond

Deel dit op social media